Om half elf klinkt het zachte zoemen van het afzuigkanaal in de badkamer. De knop staat op stand twee, dus het systeem doet zijn werk, en toch hangt er ’s ochtends condens op de ruit en ruikt de slaapkamer naar gisteren. Iets met ventilatie, denk je, maar de knop staat toch aan. Juist bij mechanische ventilatie is dat het misverstand: het systeem kan aanstaan en tegelijk te weinig doen voor jouw woning.
Werkt mijn mechanische ventilatie nog, of ventileert hij alleen maar geluid?
Een mechanisch ventilatiesysteem zuigt lucht weg via kanalen en laat verse lucht binnen door roosters of spleten. Waar het echt om gaat: hoeveel er weggaat, hangt af van filters die niet verstopt zijn, kanalen die schoon zijn, roosters die openstaan en een motor die nog levert. Vier plekken waar het in de praktijk stilletjes misgaat, vaak jarenlang.
Ruik je het niet, dan kun je het niet gokken. Gelukkig hoef je dat ook niet: CO2 is het logboek van je ventilatie. Iedereen in de slaapkamer ademt CO2 uit en alleen ventilatie haalt het weg. Staat de waarde na een hele nacht netjes rond de buitenlucht-plus-een-beetje, dan ververst je systeem. Blijft hij boven de 1.200 ppm hangen, dan staat er iets dicht of levert hij te weinig.
De CO2-curve vertelt meer dan de knoppenstand
De knop staat op drie en dat voelt als voorzorg. Maar de stand zegt niets over wat er in de ruimte gebeurt. Meet één nacht lang met een CO2 meter in de slaapkamer, op ademhoogte, en je ziet het verschil tussen “aan” en “aantoonbaar werkend”: een curve die na het naar bed gaan oploopt, rond een uur of twee piekt en daarna daalt, hoort bij een systeem dat meekomt.
Wat je dan aan zinnige grenzen hebt: tot ongeveer 800 ppm is het prima, tussen 800 en 1.000 is het werkbaar, en daarboven haalt je ventilatie het niet meer bij. De richtwaarden per ruimte zetten die banden uiteen, en die zijn geen keiharde grenzen: een kamer met twee mensen en een gesloten deur loopt sneller op dan een kamer met één slaper en een raam op een kier.
Kanalen en motoren verschillen per systeemtype. Bij afzuigventilatie haalt één motor de lucht weg en komt verse lucht binnendoor via roosters; bij balansventilatie, ook WTW genoemd, gaan afvoer en toevoer tegelijk en wint de eenheid warmte terug. De CO2-test werkt bij beide hetzelfde, want in beide gevallen is verse lucht de enige die CO2 omlaag haalt.
Wat doe je als de curve boven de 1.200 blijft hangen?
Loop dan deze volgorde door, van gratis naar geld:
- Check de roosters. Gesloten of dichtgeplakte wandroosters zijn de meest gemaakte fout. Ze moeten open, ook in de winter.
- Zet het systeem ’s nachts hoger. Stand twee of drie tijdens de slaap is waarvoor het apparaat gemaakt is, niet stand één.
- Kijk naar de filters en het afzuigkanaal. Een verstopt filter of een vetlaagje in het kanaal kost meer dan je denkt; bij WTW hoort er periodiek onderhoud bij.
- Meet nog een nacht na elke stap. Alleen zo zie je welke maatregel de curve echt brak.
Helpt dat allemaal niet, dan is de capaciteit of de kanalering de rem en is een monteur sneller dan een derde meter.
Een CO2-meter is geen onderhoudsplan
Nu de eerlijke kant van mijn eigen verhaal: ik verkoop meters, dus ik zou zeggen dat meten helpt. Maar een meter zegt niets over fijnstof die met de ventilatielucht meekomt, niets over een kapotte motor en al helemaal niets over een systeem dat schoon maar gewoon te klein is voor de woning. En meten zonder stappen zetten is een hobby: je weet dan precies hoe slecht het is zonder dat het beter wordt.
Daarom is de volgorde belangrijk: eerst het systeem checken en goed instellen, dan meten of het effect er is. Omgekeerd koop je een oplossing voor het verkeerde probleem. Wil je naast CO2 ook vocht en fijnstof in de gaten houden, dan is een luchtkwaliteitsmeter met meerdere sensoren het overwegen waard, maar begin gewoon bij het getal van je nacht.
De discussie over CO2-gestuurde ventilatie komt ook op X voorbij: installaties die hun eigen stand aanpassen op de bezetting. Zou dat de norm worden, dan wordt de curve uit je slaapkamer het stuur van je installatie, en dan is meten straks geen hulpmiddel meer maar de aan/uit-logica zelf.
De eerste stookdag is het meetmoment
De komende weken gaan de ramen dichter en de verwarming aan, en precies dan daalt de ventilatie in huizen als deze. Ventileren in de winter kost warmte, dus de verleiding om roosters te dichten groeit met de graaddagen. Kies twee nachten deze week, zet een meter in de slaapkamer en schrijf bij het opstaan het getal op. Blijf je onder de 1.000 ppm, dan hoef je alleen je filters in de gaten te houden. Staat hij er drie nachten boven, dan heb je iets gevonden dat een winter lang anders had doorgesudderd.

