Stikstofdioxide boven Nederland
Op een windstille dag in januari staat de lucht boven Nederland stil. Wat er ’s ochtends uit de uitlaten en schoorstenen komt, blijft hangen. Je ruikt het niet, je ziet het niet, en toch is het van bovenaf te meten. Dit is die meting, en hij loopt elke dag door.
Laatste meting
53,6µmol/m²
- Jaargemiddelde
- 70,9µmol/m²
- Hoogste dag
- 214,628 januari 2026
- Laagste dag
- 6,91 januari 2026
- Dagen gemeten
- 350afgelopen jaar
Een jaar stikstofdioxide boven Nederland
Elke stip is een dag. De winterpiek is geen toeval: koude lucht mengt slechter en er wordt meer gestookt.

Fijnstof en deeltjes in de lucht
Hoeveel licht wordt tegengehouden door deeltjes: fijnstof, zeezout, rook, saharazand. Een dimensieloze index; onder 0,1 is de lucht helder, boven 0,5 zie je het als nevel.
Samengesteld uit de heldere momenten tussen 23 augustus 2026 en 5 september 2026: op 13 van die dagen kon er ergens boven Nederland gemeten worden. Waar de wolken al die tijd bleven liggen, is het beeld grijs gebleven.
Deze pagina werkt zichzelf elke dag bij. Laatste keer: 5 september 2026.
Een kolom lucht van tien kilometer hoog
Dit is het belangrijkste om te snappen voordat je naar de kleuren kijkt. De meting gaat niet over de lucht op ademhoogte. Er wordt door de hele luchtlaag heen gekeken, van de grond tot ver boven de wolken, en alle stikstofdioxide in die kolom wordt bij elkaar opgeteld. Het getal gaat dus over een kolom lucht, niet over een straat.
Daarom staat er µmol/m² bij en geen µg/m³. Dat eerste is een hoeveelheid per vierkante meter grondoppervlak, opgeteld over de hele hoogte. Dat tweede, de eenheid die meetstations aan de grond gebruiken, is een concentratie op één plek op één hoogte. Je kunt ze niet in elkaar omrekenen. Wie dat toch doet, geeft je een getal dat nergens op slaat.
Wat de kaart wél goed doet: laten zien waar het vandaan komt en welke kant het op waait. Op een windstille dag zie je de Randstad, de A15 en het havengebied als losse vlekken oplichten. Waait het hard, dan is Nederland één egale vlakte en ligt alles honderd kilometer verderop.
De donkerste vlek is meestal niet van ons
Kijk rechtsonder op de kaart. Daar zit bijna altijd de zwaarste concentratie, en dat is het Ruhrgebied: Duisburg, Essen, Dortmund, met de staalindustrie en het vrachtverkeer dat erbij hoort. Bij oostenwind schuift een deel van die lucht onze kant op. Bij westenwind gebeurt het omgekeerde en exporteren wij het naar hen.
Dat maakt deze kaart eerlijker dan de meeste discussies erover. Luchtvervuiling stopt niet bij de grens, en een nationale kaart met een dikke rand eromheen suggereert een precisie die er niet is.
Stikstof in het nieuws is iets anders dan dit
Hier gaat het bijna altijd mis, ook in kranten. De stikstofcrisis gaat over depositie: stikstof die neerslaat op natuurgebieden, grotendeels als ammoniak (NH3) uit mest. Deze kaart gaat over stikstofdioxide (NO2) in de lucht, en dat komt vooral uit verbranding. Verkeer, industrie, scheepvaart. Twee verschillende stoffen, twee verschillende bronnen, twee verschillende problemen.
Ze worden door elkaar gehaald omdat er “stikstof” in allebei zit. Wie deze kaart gebruikt om iets over de boeren te zeggen, of over Natura 2000, pakt het verkeerde plaatje. Wie hem gebruikt om te laten zien waar het verkeer staat, zit goed.
Wij verkopen luchtmeters en dit is geen verkoopargument
Wij hebben er commercieel belang bij dat je je zorgen maakt over lucht. Dus laten we het meteen zeggen: deze kaart is geen reden om een meter te kopen. Wat er op tien kilometer hoogte boven je dak hangt, zegt vrijwel niets over de lucht in je slaapkamer. Binnen is CO2 van je eigen ademhaling meestal het probleem, plus fijnstof van koken en kaarsen. NO2 binnen komt van een gaskookplaat of een geiser, en daar gaat deze meting niet over.
Wil je weten hoe de lucht buiten jouw voordeur is, op ademhoogte, in µg/m³, kijk dan op onze pagina luchtkwaliteit in Nederland. Die gebruikt de meetstations aan de grond, en dat is voor die vraag de betere bron. Deze pagina is voor het grote plaatje: waar het gemaakt wordt en welke kant het op gaat.
Zoek in de grafiek de dag die je zelf hebt meegemaakt
Neem de lijn hierboven en zoek eind januari op. Daar zit de piek van het jaar, ruim drie keer het jaargemiddelde. Dat was geen ramp en geen incident: dat was een week met mist, vorst en nauwelijks wind, waarin alles bleef hangen wat er die dagen werd uitgestoten. Precies de week waarin mensen zeggen dat “de lucht zwaar aanvoelt”.
Kijk daarna naar juli. Januari kwam gemiddeld op 115, juli op 41. Dezelfde auto’s, dezelfde fabrieken, een derde van de waarde. Niet omdat er minder wordt uitgestoten, maar omdat warme lucht mengt en de zon stikstofdioxide sneller afbreekt. Dat is de belangrijkste les van deze grafiek: het weer bepaalt wat je meet, minstens zo sterk als de uitstoot zelf. Wie in januari een schrikbarend getal laat zien en er niet bij zegt dat het windstil was, verkoopt je een verhaal.
De volgende meting staat hier morgen. Wordt het een koude, windstille week, dan zie je de lijn omhoog kruipen voordat er ook maar iets in het nieuws komt.
