LKI betekent luchtkwaliteitsindex. In het Nederlandse weerbericht loopt deze index van 1 tot en met 11: hoe hoger het getal, hoe meer luchtvervuiling op dat moment is gemeten. Zie je een waarde tussen 0 en 500, dan kijkt de app waarschijnlijk naar de Amerikaanse US-AQI. Dat is een andere schaal. Vergelijk daarom de kleur en categorie, niet de twee getallen rechtstreeks.
Beide indexen beschrijven de buitenlucht. Ze vertellen niet hoe de lucht in je woon- of slaapkamer is; die binnenlucht meet je zelf.
Een luchtkwaliteitsindex maakt tientallen meetwaarden hanteerbaar: één getal, één kleur en een categorie. Dat gemak heeft een prijs. Het getal verbergt welke stof de uitkomst bepaalt, welk tijdvenster is gebruikt en of je naar de Nederlandse of Amerikaanse schaal kijkt. Drie controles vangen de meest voorkomende leesfouten af: bron, schaal en kleur.
LKI 1-11
US-AQI 0-500
Buitenlucht, niet binnen
Wat betekent LKI in het weerbericht?
De Nederlandse Luchtkwaliteitsindex, afgekort LKI, vat de gemeten concentraties van vier luchtverontreinigende stoffen samen: fijnstof PM2.5, fijnstof PM10, ozon en stikstofdioxide. Iedere stof krijgt een deelindex. De stof die op dat moment het slechtst scoort, bepaalt de getoonde LKI. Is fijnstof laag maar ozon hoog tijdens een warme zonnige middag, dan kan ozon dus het eindcijfer bepalen.
Het RIVM publiceert actuele meetgegevens via Luchtmeetnet. De actuele LKI wordt volgens de overheidsdataset ieder uur bijgewerkt. Een weerapp kan daarnaast een verwachting, modelberekening of meetpunt op grotere afstand tonen. Lees daarom bij het getal de naam van de index, de locatie en het tijdstip. Een waarde zonder die drie gegevens is moeilijk goed te duiden.
Lees een weerapp in deze volgorde
Begin bij het label naast de waarde. LKI, US AQI, European AQI en een eigen index van de aanbieder zijn geen synoniemen. Controleer daarna of je naar een actuele meting of een verwachting kijkt. Een actuele kaart helpt bij de situatie van dit uur; een verwachting helpt je een activiteit later op de dag te plannen. Kijk ten slotte naar de locatie. Een stadsnaam, je gps-positie en het dichtstbijzijnde officiële meetstation kunnen ieder een andere ruimtelijke resolutie hebben.
Open vervolgens de detailweergave met de bepalende stof. Een gele categorie door ozon op een zonnige middag vraagt om een andere uitleg dan dezelfde kleur door fijnstof tijdens een houtrookepisode. De kleur blijft een bruikbare eerste samenvatting, maar de stof vertelt waar de piek vandaan kan komen en welk tijdvenster relevant is. Maak voor een belangrijke beslissing desnoods een schermafbeelding met waarde, bron, locatie en tijd; dan vergelijk je later dezelfde gegevens in plaats van twee losse cijfers.
De index is een praktische samenvatting, geen bewijs dat de lucht onder een bepaalde waarde voor iedereen zonder risico is. RIVM wijst erop dat gezondheidseffecten ook onder wettelijke grenswaarden kunnen optreden. Gebruik de schaal dus om blootstelling en activiteiten verstandiger te plannen, niet om een medisch oordeel uit één cijfer af te leiden.
Welke stoffen bepalen de luchtkwaliteitsindex?
De Nederlandse LKI gebruikt vier stoffen. De Amerikaanse US-AQI gebruikt daarnaast koolmonoxide en zwaveldioxide. De concentratie wordt per stof op een eigen manier omgerekend. Een indexkleur geeft een praktisch signaal; de onderliggende stof helpt de oorzaak duiden.
- PM2.5, fijnstof
- Deeltjes met een diameter tot 2,5 micrometer kunnen diep in de longen doordringen. Belangrijke bronnen zijn verkeer, houtstook en industrie. Binnen ontstaan pieken onder meer door bakken, braden, kaarsen en rook.
- PM10, grover fijnstof
- PM10 omvat deeltjes met een diameter tot 10 micrometer; PM2.5 is de fijnere deelverzameling. De grove fractie tussen 2,5 en 10 micrometer komt onder meer vrij door wegslijtage en opwaaiend stof. Ook houtrook kan bijdragen. PM10 en PM2.5 hebben afzonderlijke meetwaarden; een verzamelterm als ‘fijnstof’ vertelt nog niet welke fractie de piek veroorzaakt.
- O3, ozon
- Ozon hoog in de atmosfeer beschermt tegen uv-straling. Ozon op leefniveau is een luchtverontreinigende stof die bij zonnig en warm weer kan oplopen en de luchtwegen kan prikkelen.
- NO2, stikstofdioxide
- NO2 ontstaat vooral bij verbranding. Wegverkeer is een belangrijke lokale bron, waardoor waarden langs drukke wegen hoger kunnen zijn dan verderop in dezelfde plaats.
CO2, formaldehyde en vluchtige organische stoffen zitten niet in de Nederlandse buitenindex. Toch zijn juist die waarden nuttig als je wilt begrijpen wat er binnen gebeurt. CO2 laat vooral zien hoe de luchtverversing zich verhoudt tot het aantal mensen en hun activiteit. HCHO is de afkorting voor formaldehyde; TVOC is een verzamelmaat voor vluchtige organische stoffen. Een lage LKI buiten sluit een binnenpiek door koken, schoonmaakmiddelen, verf of nieuwe meubels dus niet uit.
Dat één stof de eindindex bepaalt, betekent ook dat een verbetering van het getal niet automatisch bewijst dat alle stoffen even sterk zijn gedaald. Als ozon de LKI bepaalde en later afneemt, kan fijnstof nog steeds hoger zijn dan eerder op de dag zonder het eindcijfer te domineren. Wie gevoelig is voor een specifieke stof of een bron probeert te begrijpen, kijkt daarom naast de index ook naar de losse concentraties. De index is de ingang; de meetwaarden geven de diagnose van de luchtsituatie, niet van je gezondheid.
De Nederlandse LKI gebruikt een schaal van 1 tot 11
De LKI is ingedeeld in vijf kleurcategorieën. Blauw staat voor goed, geel voor matig, oranje voor onvoldoende, rood voor slecht en paars voor zeer slecht. De categorie geeft een begrijpelijker handelingssignaal dan het losse getal. Raadpleeg bij een actuele situatie het advies bij de bron, omdat een smogmelding of lokale waarschuwing meer context kan geven.
| LKI | Kleur en categorie | Praktische duiding |
|---|---|---|
| 1-3 | Blauw, goed | Gewone activiteiten hoeven volgens de Atlas-duiding niet aangepast te worden. |
| 4-6 | Geel, matig | Gewone activiteiten kunnen doorgaans doorgaan. Overweeg minder lichamelijke inspanning als je gevoelig bent of klachten krijgt. |
| 7-8 | Oranje, onvoldoende | Doe rustiger aan bij langdurige of zware inspanning. Heb je een chronische luchtwegaandoening, volg dan je behandeladvies en bespreek twijfel over medicatie met je arts. |
| 9-10 | Rood, slecht | Verminder lichamelijke inspanning en volg het actuele lokale advies. Mensen met klachten of een aandoening zijn doorgaans eerder beperkt. |
| 11 | Paars, zeer slecht | Bij zeer slechte lucht kan een officiële smogwaarschuwing of een alarm gelden. Vermijd lichamelijke inspanning en volg de actuele bron. |
De categorie ‘matig’ begint al bij 4, maar dat betekent niet automatisch dat iedereen binnen moet blijven of ramen moet sluiten. Het Atlas-advies is veel preciezer: bij goed en meestal ook matig hoeven gewone activiteiten niet aangepast te worden; bij hogere categorieën wordt minder inspanning zinvoller. Klachten, een bestaande aandoening en de duur van je activiteit bepalen hoeveel last je kunt hebben.
Een paar voorbeelden maken de schaal concreter. Een LKI van 2 valt in blauw en vraagt volgens de publieke duiding geen aanpassing van gewone activiteiten. Een LKI van 5 valt in geel: kijk bij klachten of zware inspanning scherper naar de bepalende stof, maar behandel het niet als een alarmsituatie. Een LKI van 8 valt in oranje en maakt rustiger of korter buiten inspannen een logische keuze. Bij 10, rood, weegt het actuele officiële advies zwaarder en is lichamelijke inspanning beperken verstandig. Deze voorbeelden zijn leessteun voor de categorieën, geen persoonlijke gezondheidsvoorspelling.
De Amerikaanse US-AQI gebruikt een schaal van 0 tot 500
In internationale weerapps, kaarten en nieuws over bosbranden staat vaak de Amerikaanse Air Quality Index. AirNow en de Amerikaanse EPA delen deze US-AQI in zes categorieën in. De schaal loopt van 0 tot 500. Een US-AQI van 5 is dus zeer laag, terwijl een Nederlandse LKI van 5 in de categorie matig valt.
Onderstaande concentraties zijn de officiële 24-uursbreekpunten voor PM2.5. Ze laten zien hoe de PM2.5-concentratie aan een US-AQI-categorie wordt gekoppeld. Ozon, PM10, stikstofdioxide, koolmonoxide en zwaveldioxide hebben eigen breekpunten en soms andere middelingstijden. Gebruik de PM2.5-kolom daarom niet als universele omrekentabel voor iedere stof.
| US-AQI | Categorie | PM2.5, µg/m³ | Praktische duiding |
|---|---|---|---|
| 0-50 | Groen, goed | 0,0-9,0 | AirNow beschrijft weinig of geen risico; normale buitenactiviteiten kunnen doorgaan. |
| 51-100 | Geel, matig | 9,1-35,4 | Voor de meeste mensen acceptabel. Ongewoon gevoelige mensen kunnen bij een specifieke stof eerder klachten krijgen. |
| 101-150 | Oranje, ongezond voor gevoelige groepen | 35,5-55,4 | Gevoelige groepen beperken duur en intensiteit van zware inspanning buiten; het advies verschilt per bepalende stof. |
| 151-200 | Rood, ongezond | 55,5-125,4 | Sommige mensen uit de algemene bevolking kunnen effecten ervaren; bij gevoelige groepen kunnen de gevolgen ernstiger zijn. Verminder langdurige of zware inspanning. |
| 201-300 | Paars, zeer ongezond | 125,5-225,4 | Gezondheidswaarschuwing. Stel zware buitenactiviteit uit en volg het actuele advies van de verantwoordelijke instantie. |
| 301-500 | Kastanjebruin, gevaarlijk | 225,5-325,4 | Noodwaarschuwing voor de gezondheid. Vermijd zware buitenactiviteit en volg concrete instructies van lokale autoriteiten. |
De EPA heeft de PM2.5-breekpunten in 2024 aangescherpt. De bovengrens van de groene categorie ligt sindsdien op 9,0 µg/m³ als 24-uursgemiddelde. Ook de hogere PM2.5-breekpunten zijn aangepast. Een app die oude grenswaarden gebruikt, kan daardoor bij dezelfde concentratie een andere categorie tonen dan een actuele AirNow-weergave.
Let bij de US-AQI ook op de tijdsaanduiding. AirNow gebruikt voor actuele deeltjes- en ozoninformatie een NowCast die recente meeturen zwaarder kan laten wegen; gezondheidsstandaarden gebruiken voor verschillende stoffen langere gemiddelden. Ozon wordt bijvoorbeeld met een ander tijdvenster beoordeeld dan PM2.5. Een korte rookpiek, een actueel NowCast-cijfer en een volledig 24-uursgemiddelde zijn daardoor drie verschillende dingen. Dat verklaart waarom een losse PM2.5-waarde niet altijd exact het AQI-getal oplevert dat je zelf uit een tabel verwacht.

Waarom LKI en US-AQI niet hetzelfde getal zijn
De kleurreeksen lijken op elkaar, maar de rekenregels zijn anders. Dat maakt een directe nummervergelijking misleidend. Lees eerst de naam van de index, daarna de categorie en pas dan de onderliggende stof of concentratie.
- Schaal: de Nederlandse LKI loopt van 1 tot 11; de US-AQI van 0 tot 500.
- Bron: voor Nederland zijn RIVM en Luchtmeetnet de primaire publieke bronnen; de US-AQI komt van de Amerikaanse EPA en AirNow.
- Categorieën: de LKI heeft vijf categorieën van goed tot zeer slecht; de US-AQI heeft zes categorieën van goed tot gevaarlijk.
- Stoffen: de LKI gebruikt PM2.5, PM10, ozon en NO2. De US-AQI kan ook koolmonoxide en zwaveldioxide meenemen.
- Breekpunten en tijdvensters: beide indexen rekenen per stof, met verschillende grenzen en gemiddelden.
- Beste vergelijking: kijk naar categorie, kleur, bepalende stof en concentratie; een één-op-één-omzetting van LKI 1-11 naar US-AQI 0-500 is niet geldig.
Er bestaat ook een Europese luchtkwaliteitsindex van het Europees Milieuagentschap. Die kan opnieuw andere categoriegrenzen en labels gebruiken. Voor een Nederlandse actuele situatie blijft de LKI van RIVM/Luchtmeetnet de logische eerste controle.
Waarom twee apps soms een ander cijfer tonen
Een verschil tussen apps hoeft geen meetfout te zijn. De ene dienst gebruikt een officieel meetstation, de andere combineert stations met satellietgegevens en modelberekeningen. Ook de gekozen locatie, updatefrequentie, voorspelling en het tijdvenster per stof kunnen afwijken. Google legt bij zijn luchtkwaliteitsinformatie eveneens uit dat meerdere databronnen en modellen worden gecombineerd. Noteer bij twijfel het cijfer samen met bron, locatie en tijd.
Buitenlucht en binnenlucht zijn twee verschillende metingen
De grootste interpretatiefout is de buitenindex gebruiken als antwoord op de vraag hoe gezond de woonkamer of slaapkamer is. Een meetstation verderop ziet verkeer, industrie, ozon en regionaal fijnstof. Het ziet niet dat er binnen wordt gekookt, dat een houtkachel brandt, dat een vergaderruimte volloopt of dat nieuwe verf vluchtige stoffen afgeeft.
Daardoor kan de situatie tegengesteld zijn. Op een dag met schone buitenlucht kan PM2.5 binnen tijdelijk oplopen tijdens bakken of kaarsen branden. Tijdens een buitenpiek kan een goed gefilterde ruimte juist lagere fijnstofwaarden hebben. Of ventileren verstandig is, hangt dan af van wat buiten én binnen gebeurt. Een algemeen advies als ‘bij rood altijd alle ramen dicht’ is te grof; kijk naar de bepalende stof, officiële waarschuwing, binnenbron en eventuele filtratie.

Hoe meet je je eigen lucht in huis?
Een binnenmeting is pas nuttig als je weet welke vraag je wilt beantwoorden. Kies de waarden die passen bij de bron die je vermoedt; het aantal sensoren op de doos geeft daarvoor te weinig houvast. Zet de meter op ademhoogte, niet direct naast een open raam, radiator, kookplaat of luchtreiniger. Geef een nieuwe sensor tijd om te stabiliseren en vergelijk dezelfde ruimte op meerdere momenten.
- Fijnstof PM2.5 en PM10: nuttig bij houtrook, koken, kaarsen, verkeer voor de deur en het effect van een luchtreiniger. Daarvoor gebruik je een fijnstofmeter.
- CO2: vooral bruikbaar als ventilatie-indicator in bezette kamers. Kijk naar het verloop tijdens slapen, werken of vergaderen en naar het herstel na luchten. Een CO₂-meter helpt die trend zichtbaar te maken; één universele ppm-grens vertelt niet het hele verhaal.
- HCHO en TVOC: relevant als je emissies vermoedt van nieuwe meubels, lijm, verf, vloerbedekking of schoonmaakmiddelen. Consumentensensoren zijn vooral geschikt om veranderingen en pieken te signaleren, niet om een laboratoriumanalyse te vervangen.
- Meerdere waarden tegelijk: wil je fijnstof, CO2, HCHO en TVOC in dezelfde meetroute volgen, dan past een 10-in-1 luchtkwaliteitsmeter. Beoordeel nog steeds iedere losse waarde; een totaalscore kan de oorzaak verbergen.
Meet een patroon, geen los moment. Noteer wat er gebeurt vóór het koken, tijdens de piek en na afzuigen of ventileren. Doe hetzelfde bij slapen met de deur dicht, schoonmaken of het aanzetten van een luchtreiniger. Zo ontdek je welke ingreep in jouw ruimte meetbaar effect heeft. Verschillende typen meters staan in de webshop.
Controleer bij vergelijking ook de meetopstelling. Twee meters naast elkaar kunnen in de eerste minuten afwijken door opwarmtijd, sensorvariatie of een andere updatefrequentie. Laat ze op dezelfde plek stabiliseren en vergelijk daarna het patroon. Voor fijnstof is afstand tot een kookbron of open raam direct zichtbaar; voor CO2 maakt de hoogte en afstand tot je eigen adem uit. Een HCHO- of TVOC-consumentensensor kan bovendien reageren op meerdere stoffen tegelijk. Gebruik zo’n uitslag om een bron of verandering te onderzoeken, niet als laboratoriumbewijs van één afzonderlijke chemische stof.
Een eenvoudige meetproef werkt beter dan willekeurig blijven kijken. Kies één handeling, bijvoorbeeld twintig minuten afzuigen, een raam openen of de luchtreiniger inschakelen. Houd andere omstandigheden zo gelijk mogelijk en noteer beginwaarde, hoogste waarde, hersteltijd en de buitenindex. Herhaal de proef op een vergelijkbaar moment. Zo zie je of een waarde daalt, hoe snel dat gebeurt en of de verbetering terugkomt. Dat is bruikbaarder voor een ventilatie- of bronbeslissing dan één groen scherm.
Wat doe je bij een hogere luchtkwaliteitsindex?
Gebruik de juiste leesvolgorde voordat je een maatregel kiest. Een getal zonder schaal leidt tot het verkeerde advies. Een kleur zonder bepalende stof kan eveneens te weinig zeggen. De onderstaande route houdt het praktisch en voorkomt een medisch oordeel op basis van één appwaarde.
- Controleer de schaal. Staat er LKI 1-11, US-AQI 0-500 of een andere Europese index?
- Lees kleur en categorie. Gebruik de legenda van dezelfde bron; neem geen kleurgrenzen over uit een andere schaal.
- Bekijk de bepalende stof en tijd. Ozon vraagt een andere context dan fijnstof. Een actuele waarde, 24-uursgemiddelde en voorspelling zijn niet hetzelfde.
- Weeg activiteit en gevoeligheid. Zware inspanning buiten verhoogt de ingeademde hoeveelheid. Mensen met luchtweg- of hartklachten kunnen eerder reageren; volg het eigen behandeladvies.
- Volg de officiële waarschuwing. Bij hoge categorieën of smog geeft RIVM, AirNow of de lokale autoriteit concreter advies dan een algemene tabel.
- Meet binnen apart. Gebruik een binnenmeter als je wilt beslissen over ventilatie, filtratie of een bron in huis.

Heb je benauwdheid, pijn op de borst, ernstige hoest of klachten die niet herstellen, behandel een index of consumentensensor dan niet als medische beslisgrond. Neem contact op met een arts of bij acute nood met de hulpdiensten.
Veelgestelde vragen over LKI en AQI
Wat betekent de AQI of luchtkwaliteitsindex?
Wat is een goede luchtkwaliteitsindex?
Wat is het verschil tussen de Nederlandse LKI en de US-AQI?
Welke stoffen zitten in de luchtkwaliteitsindex?
Wat moet ik doen bij een hoge luchtkwaliteitsindex?
Geldt de AQI ook voor de lucht in mijn huis?
Hoe meet ik mijn eigen luchtkwaliteit?
Welke meter past bij jouw situatie?
Voor houtrook, koken en verkeer is een goede fijnstofmeting meestal de eerste keuze. Voor een slaapkamer, klaslokaal of kantoor geeft CO2 vooral inzicht in het ventilatieverloop. Bij verbouwing, nieuwe meubels of geuren kunnen HCHO en TVOC aanvullende signalen geven. Wil je die vragen in meerdere ruimtes vergelijken, let dan behalve op het aantal sensoren ook op uitleesbaarheid, logging en een vaste meetmethode.
Het volledige aanbod staat in de webshop. Twijfel je welke waarden voor jouw ruimte bruikbaar zijn, Vraag advies aan en beschrijf de ruimte, vermoedelijke bron en wat je met de meting wilt beslissen. Dan is het advies specifieker dan alleen ‘neem de meter met de meeste functies’.
Volg de meetroute naar de juiste uitleg
Ventilatie beoordelen: lees hoe je CO2 ppm in de context van ruimte, bezetting en trend gebruikt.
Deeltjes en rook volgen: bekijk hoe je fijnstof meten inzet bij bronnen en maatregelen.
Uitstoot van materialen herkennen: lees de uitleg over HCHO/TVOC en de grenzen van consumentensensoren.
Thermisch comfort controleren: bekijk opties voor temperatuur meten en vergelijk die met een losse sensor.
Bronnen en controledatum
Feiten, schalen en handelingsduiding zijn gecontroleerd op 9 juli 2026. Actuele meetwaarden kunnen ieder uur veranderen; open voor een concrete situatie de meest recente bron.
- RIVM, Luchtkwaliteit in Nederland: stoffen in de Nederlandse LKI en gezondheidscontext.
- RIVM, aanbevelingen voor samenstelling en duiding van de LKI: doel van de index en adviescontext.
- RIVM, Blootstelling en RIVM, Smog: gevoeligheid, inspanning en actuele waarschuwingen.
- Atlas Leefomgeving, actuele LKI en praktische tips bij de kleurcategorieën.
- Data.overheid, actuele LKI-dataset: schaal 1-11 en uurlijkse actualisatie.
- AirNow, AQI Basics en Using the AQI: US-AQI-categorieën en toepassing bij buitenactiviteiten.
- EPA AQS, AQI breakpoints: actuele PM2.5-grenzen voor de US-AQI.
- Google Search Help, luchtkwaliteitsinformatie: databronnen, modellen en verschillen tussen locaties.

