Wat is een normale CO-waarde in huis?

Rustige Nederlandse woning met een koolmonoxidemelder nabij een ruimte met verbrandingstoestel

<1 ppm Normale achtergrond in een rookvrije woning zonder CO-bron, ongeveer op buitenluchtniveau. Dit is géén alarmgrens of toestemming om bij een verdachte situatie binnen te blijven.

Normaal, tijdgewogen en alarm zijn drie verschillende dingen

In een rookvrij huis zonder CO-bron ligt koolmonoxide normaal ongeveer op buitenluchtniveau: onder 1 ppm. Een ppm-getal krijgt pas betekenis met de blootstellingsduur. Gaat een CO-melder af of vermoed je vergiftiging, waarschuw huisgenoten, ga naar buiten en bel 112.

RIVM noemt voor bronvrije woningen een gemiddelde rond 0,4 ppm. Een onverwachte waarde is geen uitnodiging om zelf te experimenteren met ramen dicht en toestellen aan. Een consumentenmelder, een displaymeter en een professionele meting hebben elk een ander doel.

Alarm of vermoeden? Waarschuw · Ga naar buiten · Bel 112 Niet eerst verder meten, de bron zoeken of wachten op een tweede alarm. Volg buiten de aanwijzingen van de meldkamer.

Wat is koolmonoxide en waarom is CO niet hetzelfde als CO2?

Koolmonoxide, afgekort CO, is een kleurloos en reukloos gas dat bij onvolledige verbranding kan ontstaan. Kooldioxide, CO2, hoort bij een ander meetdoel.

CO kan zich aan hemoglobine binden en zo het zuurstoftransport verstoren. Je kunt het niet ruiken, zien of proeven. Een ruimte kan er normaal uitzien terwijl er toch een probleem is met een toestel of rookgasafvoer. Daarom zijn preventief onderhoud en een passende CO-melder belangrijker dan vertrouwen op je zintuigen.

CO2 ontstaat onder meer door uitademing en wordt in gebouwen vaak gebruikt als signaal voor bezetting en ventilatie. Een CO2 meter (ventilatie) meet dus geen koolmonoxide en vervangt geen CO-alarm. Omgekeerd vertelt een CO-melder niet of een vergaderruimte voldoende wordt geventileerd.

Eigenschap CO — koolmonoxide CO2 — kooldioxide
Typische vraag Is er onvolledige verbranding of een acuut veiligheidsrisico? Past ventilatie bij bezetting en gebruik?
Bron Problemen rond verbranding, toestel of rookgasafvoer; ook tabaksrook kan bijdragen. Uitademing en verbranding; binnen vaak beïnvloed door bezetting.
Apparaat Gecertificeerde CO-melder voor alarm; eventueel displaymeter of professionele meter voor een ander doel. CO2-monitor voor ppm-trend en ventilatievraag.
Actie bij alarm Waarschuwen, naar buiten, 112. Geen CO-alarmactie; beoordeel ventilatie volgens de eigen CO2-context.

Wil je juist weten hoeveel ppm co2 is schadelijk, gebruik dan de aparte CO2-uitleg. Beide stoffen worden in ppm uitgedrukt, maar de getallen zijn niet uitwisselbaar.

Een CO-waarde zonder tijdsduur is onvolledig

RIVM publiceert gezondheidskundige advieswaarden die concentratie aan een blootstellingsduur koppelen. Hoe korter het tijdvenster, hoe hoger de bijbehorende waarde kan zijn. Dat betekent niet dat een hoge waarde gedurende korte tijd “veilig” is om thuis uit te proberen.

De tabel hieronder helpt een meetrapport begrijpen. Het zijn geen alarmdrempels van jouw melder, geen doe-het-zelf-protocol en geen vervanging voor de alarmactie. Bij alarm of vermoeden wacht je niet tot een tijdvenster is verstreken.

Vier tijdvensters die tonen dat een CO-waarde altijd samen met blootstellingsduur moet worden gelezen
Risico hangt samen met concentratie én blootstellingsduur. Deze tijdstrip is géén wachttijdschema bij een alarm: waarschuw, ga naar buiten en bel 112.

Blootstellingsduur RIVM/WHO-advieswaarde Juiste interpretatie
15 minuten 86 ppm Gezondheidskundige korte-duurwaarde; niet gebruiken als thuis-alarmdrempel.
1 uur 30 ppm Alleen betekenisvol met het volledige meet- en blootstellingsverhaal.
8 uur 9 ppm Tijdgewogen waarde; één losse displaystand bewijst geen persoonlijke blootstelling.
24 uur 6 ppm Langere-duurwaarde; professionele interpretatie is nodig bij een vermoedelijke bron.
De oude regel “boven 0 ppm: ventileer, verlaat en laat controleren” was te grof.

Een normale achtergrond kan meetbaar maar zeer laag zijn, sensoren hebben onzekerheid en de betekenis hangt af van tijd en situatie. De gecorrigeerde scheiding is: alarm of klachten/vermoeden betekent direct naar buiten en 112; preventie betekent goed ventileren en gecertificeerd onderhoud; een onverwachte lage displaywaarde laat je beoordelen zonder een gevaarlijke praktijktest te doen.

Drie stappen bij een koolmonoxide-alarm: huisgenoten waarschuwen, naar buiten gaan en 112 bellen
Directe route volgens de Brandweer: waarschuw huisgenoten, ga naar buiten en bel 112. Niet eerst verder meten of het toestel onderzoeken.

Wat doe je als de CO-melder afgaat?

Waarschuw iedereen in huis, verlaat de woning zo snel mogelijk en bel buiten 112. Vertel dat het om een CO-alarm of een vermoeden van koolmonoxide gaat. Volg daarna de aanwijzingen van de meldkamer en hulpdiensten.

Ga niet terug naar binnen om nog een meter te bekijken. Zoek niet zelf naar het defect, reset het alarm niet als bewijs dat het probleem weg is en start geen toestel opnieuw. Een dalende waarde na ventileren bewijst niet dat de installatie veilig is.

Hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, vermoeidheid, verwardheid of bewustzijnsverlies kunnen bij CO-blootstelling voorkomen, maar zijn niet specifiek. Vooral gelijktijdige klachten bij meerdere mensen of huisdieren zijn een alarmsignaal. Buiten en 112 is dan de veilige route; deze pagina stelt geen diagnose.

Waarschuw
Neem huisgenoten mee. Maak geen omweg langs de mogelijke bron.
Ga naar buiten
Blijf buiten en voorkom dat iemand zonder toestemming teruggaat.
Bel 112
Noem het CO-alarm of vermoeden en volg de instructies.

Hoe kan koolmonoxide in huis ontstaan?

De gemene deler is onvolledige verbranding of een probleem met de afvoer van verbrandingsgassen. De bron is niet altijd het toestel zelf; luchttoevoer, rookgasafvoer en gebruik tellen mee.

Verbrandingstoestellen en rookgasafvoer

Een cv-ketel, geiser, kachel, haard of ander verbrandingstoestel kan bij defect, verkeerde installatie, vervuiling of onvoldoende luchttoevoer een risico vormen. Een geblokkeerde, losgeraakte of verkeerd aangelegde rookgasafvoer kan verbrandingsgassen terug de woning in brengen.

Ventilatie en onderdruk

Goede ventilatie ondersteunt veilig gebruik, maar maakt een defect toestel niet veilig. Afzuiging en andere installaties kunnen de drukverhoudingen in een woning beïnvloeden. Laat samenhangende problemen beoordelen door een vakbedrijf in plaats van zelf roosters af te plakken of toestellen anders af te stellen.

Roken en verbranding binnenshuis

Tabaksrook en andere verbranding kunnen bijdragen aan CO in de binnenlucht. Barbecues, aggregaten en vergelijkbare apparaten horen niet in woning, garage of andere besloten ruimte te worden gebruikt wanneer de fabrikant dat niet toestaat. Gebruik nooit uitlaatgas om een melder of meter te testen.

Blootstelling voorkomen: ventileer, controleer en alarmeer

Ventileer
Gebruik de aanwezige ventilatie zoals bedoeld en houd toevoer/afvoer vrij. Ventilatie is preventie, geen bewijs dat een defect toestel veilig is.

Controleer
Laat gasverbrandingsinstallaties onderhouden en werkzaamheden uitvoeren door een CO-vrij gecertificeerd bedrijf. Ga niet zelf aan de installatie of rookgasafvoer sleutelen.

Alarmeer
Plaats geschikte CO-melders volgens Brandweeradvies en fabrikant. Test de alarmfunctie regelmatig en vervang melder of batterij volgens de opgegeven levensduur.

Sinds het CO-stelsel mogen werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties alleen door gecertificeerde bedrijven worden uitgevoerd. Controleer het CO-vrij beeldmerk en het bedrijf in het register; een algemene klusomschrijving of mondelinge toezegging is niet genoeg.

Waar plaats je een koolmonoxidemelder?

In een ruimte met een verbrandingstoestel adviseert de Brandweer plaatsing aan het plafond, met afstanden en uitzonderingen volgens het actuele advies en de handleiding. In een ruimte zonder bron, zoals een slaapkamer, komt de melder op ademhoogte van de aanwezigen. Voor slapende mensen betekent dat de hoogte van het hoofd/kussen, niet automatisch staande ooghoogte.

Plaats een melder niet op goed geluk naast een raam, ventilatieopening, kast of gordijn. De precieze afstand hangt af van ruimte, plafondvorm en apparaatvoorschrift. Bij een schuin plafond of ongewone indeling is de officiële plaatsingsuitleg belangrijker dan een algemene illustratie.

Een melder is ook geen decoratief object. Zorg dat testknop en alarm hoorbaar/bereikbaar blijven en noteer plaatsingsdatum en vervangdatum.

Woningdoorsnede met CO-melder aan het plafond in een bronruimte en op ademhoogte in een slaapkamer
Schematische plaatsingskaart: bronruimte aan het plafond; slaapkamer op ademhoogte. Volg altijd de handleiding, NEN-toepassing en het actuele Brandweeradvies voor afstand en uitzonderingen.

CO-melder, CO-displaymeter of professionele meting?

Dezelfde eenheid op het scherm betekent niet dat apparaten dezelfde taak hebben. Kies eerst welk risico of welke vraag je wilt afdekken.

Middel Hoofddoel Belangrijkste beperking Wanneer logisch
CO-melder volgens NEN 50291 Levensveiligheidsalarm bij tijd/concentratiecombinaties. Mag onder 30 ppm geen akoestisch alarm geven en is geen laag-niveau-monitor. Als primaire alarmvoorziening in de woning, correct geplaatst en onderhouden.
CO-displaymeter Een waarde of trend zichtbaar maken. Sensor, kruisgevoeligheid, kalibratie en alarmgedrag verschillen; display vervangt certificering niet. Als aanvullende informatie, mits specificaties en beperkingen duidelijk zijn.
Professionele meting Bron, patroon en blootstellingscontext onderzoeken met passend instrument/protocol. Momentopname blijft contextafhankelijk; uitvoerder en meetopzet bepalen de bewijskracht. Na incident, terugkerende verdenking of wanneer installatie/bron deskundig onderzocht moet worden.

RIVM benadrukt dat consumentenmelders niet bedoeld zijn om lage concentraties te monitoren. Het testknopje controleert de alarmfunctie en elektronica, maar simuleert geen echte CO-bron en bewijst niet dat een willekeurige displaymeting gekalibreerd is.

Waarom piept een CO-melder niet bij elk getal?

Een NEN 50291-consumentenmelder is ontworpen om te alarmeren op combinaties van concentratie en tijd. Volgens de door RIVM beschreven norm mag zo’n melder onder 30 ppm geen akoestisch alarm geven. Daarmee worden onnodige alarmen bij zeer lage of kortdurende signalen beperkt, maar de melder wordt daardoor ook geen laag-niveau-meetinstrument.

Verschillende modellen tonen wel of geen getal en kunnen een geheugenfunctie hebben. Lees de handleiding om te weten wat een scherm, lampje, fouttoon of einde-levensduurmelding betekent. Gebruik een afwezige piep nooit als bewijs dat een ongewone situatie veilig is wanneer mensen klachten hebben of er een andere reden tot verdenking bestaat.

Een displaywaarde van een andere meter mag evenmin één-op-één worden vertaald naar het alarmgedrag van een gecertificeerde melder. Sensoren kunnen verschillen in bereik, kalibratie, kruisgevoeligheid, opwarmtijd en meetinterval.

Zo lees je een professioneel CO-meetrapport

Een bruikbaar rapport bevat meer dan het hoogste ppm-getal. Het moet laten zien hoe, waar en onder welke omstandigheden is gemeten.

Controleer eerst instrument en meetopzet: type meter, relevante kalibratie of functietest, meetbereik, bemonsteringspunt en duur. Een waarde vlak bij een rookgasafvoer beantwoordt een andere vraag dan een meting in de ademzone van een verblijfsruimte. Ook een korte controle bij een uitgeschakeld toestel is niet gelijk aan een meetreeks tijdens normale belasting.

Lees daarna de tijdlijn. Wanneer startte het toestel, wanneer veranderde ventilatie of afzuiging en wanneer liep de waarde op of af? Een maximum zonder tijdstempel kan niet aan een blootstellingsduur worden gekoppeld. Vraag bij een terugkerend probleem of relevante gebruiksscenario’s zijn onderzocht zonder bewoners aan risico bloot te stellen.

Een goed rapport scheidt waarneming, meting en conclusie. “De meter liet op meetpunt A een stijging zien” is een waarneming. “De rookgasafvoer was los” is een inspectiebevinding. “Deze aansluiting veroorzaakte het incident” vraagt een onderbouwde koppeling. Die scheiding maakt duidelijk welke reparatie nodig is en wat na herstel opnieuw is gecontroleerd.

Bewaar het rapport bij onderhouds- en installatiedocumenten. Noteer ook welke delen niet zijn onderzocht. Een meting kan een specifieke bron bevestigen of uitsluiten binnen de gekozen opzet, maar bewijst niet automatisch dat iedere andere ruimte, ieder gebruiksmoment en elk toestel risicovrij is.

Onderhoud en vervangen: leg vier momenten vast

  1. Plaatsingsdatum: noteer wanneer en waar de melder is gemonteerd.
  2. Testmoment: gebruik de testknop volgens de handleiding en zorg dat huisgenoten het alarmsignaal herkennen.
  3. Batterij of storingssignaal: reageer op de melding; haal de melder niet stil zonder vervanging.
  4. Einde levensduur: vervang het hele apparaat op de datum of melding van de fabrikant, ook als de buitenkant nog goed oogt.

Maak de melder schoon zoals de fabrikant aangeeft en verf hem niet over. Gebruik geen uitlaatgas, kaars, aansteker of andere verbrandingsbron als test. Dat is onveilig en zegt niets betrouwbaars over de kalibratie.

Hoe ga je om met een onverwachte displaywaarde zonder alarm?

Een zichtbaar getal kan nuttige informatie geven, maar de eerste beslissing komt uit de situatie — niet uit de wens om het getal zelf te verklaren.

Is er een akoestisch alarm, voelen mensen zich onwel of is er een concrete reden om koolmonoxide te vermoeden? Volg dan meteen de noodroute: waarschuw, ga naar buiten en bel 112. De aanwezigheid van een tweede meter die niets toont, een open raam of een dalende trend verandert die actie niet.

Is er géén alarm, zijn er geen klachten en toont een aanvullende displaymeter een onverwachte lage waarde? Behandel die waarde dan als een signaal dat verificatie nodig heeft, niet als diagnose en ook niet als bewijs dat je veilig een bron kunt nabootsen. Noteer merk/model, tijdstip, ruimte, plaats, gemelde waarde, aanwezige toestellen en wat er op dat moment gebeurde. Controleer buiten een verdachte situatie om de handleiding op bereik, opwarmtijd, foutcodes, kalibratie, geheugen en bekende kruisgevoeligheden.

Vergelijk het getal niet klakkeloos met de tabel met gezondheidskundige advieswaarden. Een display kan lokaal meten, traag reageren of door andere stoffen beïnvloed worden. Persoonlijke blootstelling is bovendien niet hetzelfde als één stationair meetpunt. Als een waarde terugkeert of niet verklaard kan worden, laat de installatie en de ruimte door een CO-vrij gecertificeerd bedrijf of een passende deskundige controleren. Zelf een “worst case” maken door ventilatie te sluiten of toestellen extra te laten branden is geen veilige meetmethode.

Schakel een gecertificeerde levensveiligheidsmelder niet uit omdat een andere meter een lager getal toont. Apparaten kunnen een verschillend sensortype, meetinterval, alarmalgoritme en doel hebben. Juist die verschillen maken een onderlinge thuistest ongeschikt als veiligheidsbesluit.

Na een alarm of incident: wanneer mag je weer naar binnen?

Niet zodra de sirene stopt en niet zodra een raam de displaywaarde laat dalen. Hulpdiensten bepalen bij een actuele melding wanneer terugkeer verantwoord is.

Een woning kan na ventileren tijdelijk een lage waarde tonen terwijl de oorzaak nog aanwezig is. Denk aan een toestel dat later opnieuw start, een rookgasafvoer die alleen bij bepaalde wind of belasting faalt, of drukverschillen die veranderen wanneer afzuiging aanstaat. Daarom hoort brononderzoek bij de nasleep van een incident.

Laat werkzaamheden aan een gasverbrandingsinstallatie en rookgasafvoer uitvoeren door een CO-vrij gecertificeerd bedrijf. Vraag wat is gecontroleerd, welke afwijking is gevonden, welke reparatie is uitgevoerd en hoe de veilige werking is vastgesteld. Bewaar werkbon, meetrapport en gegevens van de uitvoerder. Een mondeling “het is nu goed” is minder controleerbaar dan een vastgelegd onderzoek.

Vervang of verplaats een melder alleen volgens de handleiding en het advies dat uit het incident volgt. Een alarm kan de aanleiding zijn om dekking in andere ruimten opnieuw te bekijken, maar meer melders op willekeurige plekken lossen een defecte bron niet op. Test na terugkeer de alarmfunctie volgens voorschrift en noteer eventuele fout- of einde-levensduursignalen.

Hebben bewoners klachten gehad, volg dan ook het medische advies van meldkamer of hulpverleners. De gemeten woningwaarde kan niet achteraf precies bepalen hoeveel ieder individu heeft ingeademd; tijd, plek, activiteit en persoonlijke omstandigheden verschillen.

Maak een klein veiligheidsdossier van installatie en melders

Een dossier hoeft geen ingewikkelde administratie te zijn. Bewaar per verbrandingstoestel type, plaats, installateur, laatste onderhoud, werkzaamheden aan de rookgasafvoer en volgende controle. Noteer per melder model, normvermelding, ruimte, plaatsingsdatum, batterijtype en vervangdatum.

Leg ook vast wie in huis weet wat het alarmsignaal betekent. Bespreek de drie acties met kinderen, logés en andere bewoners zonder een paniekoefening binnen te houden. Het doel is dat niemand bij een echt alarm eerst op internet zoekt, een handleiding leest of de bron gaat inspecteren.

Controleer het dossier na verbouwing, vervanging van een toestel, wijziging van ventilatie of een nieuwe kamerindeling. Een kast, scheidingswand of ander gebruik van een ruimte kan de oude plaatsingslogica veranderen. Gebruik dan opnieuw het actuele Brandweeradvies en de fabrikantdocumentatie.

Combimelder of losse CO- en rookmelders?

Een combimelder kan praktisch zijn wanneer één plaats aantoonbaar voldoet aan de plaatsingsvoorwaarden voor beide functies. Dat is niet vanzelfsprekend. Rook stijgt naar het plafond; een CO-melder buiten een bronruimte kan juist op ademhoogte horen. In een slaapkamer kan daardoor een plaatsingsconflict ontstaan.

Kies losse melders wanneer de optimale plekken verschillen, wanneer de handleiding dat voorschrijft of wanneer je functies afzonderlijk wilt vervangen. Controleer bij een combimelder welke normen voor rook en CO worden genoemd, hoe de verschillende alarmtonen klinken en of de levensduur van beide sensoren duidelijk is.

Het aantal apparaten is minder belangrijk dan de juiste dekking, hoorbaarheid, plaatsing en onderhoud. Een duurder apparaat op de verkeerde plek is geen betere beveiliging.

Waar let je op bij een CO-melder of CO-meter?

Certificering en norm

Voor een consumentenalarm is aantoonbare conformiteit met NEN-EN 50291 het uitgangspunt. Kijk naar documentatie, fabrikant en toepassingsgebied; alleen een CE-markering of het woord “detector” in een titel bewijst niet dat het apparaat als woningalarm geschikt is.

Plaatsing en hoorbaarheid

Controleer of het model past bij bronruimte, verblijfsruimte, caravan/boot of ander opgegeven gebruik. Volg de handleiding en test of het alarm vanuit slaapruimten hoorbaar is.

Onderhoud en levensduur

Bekijk batterijtype, einde-levensduursignaal, testfunctie, garantie en vervangdatum. Een niet-vervangbare batterij kan handig zijn, maar de hele melder heeft nog steeds een einddatum.

Display en extra functies

Een display kan helpen bij uitleg, maar maakt een apparaat niet automatisch nauwkeuriger of veiliger. Geheugen, koppeling en appmelding zijn aanvullingen; de lokale sirene en juiste certificering blijven bepalend voor het alarmdoel.

Voor bredere oriëntatie staan Luchtkwaliteitsmeter: uitleg & koopadvies, Bekijk alle luchtkwaliteitsmeters en Meters voor binnen klaar. Voor ventilatievragen horen de Beste CO2 meter 2026 (koopgids) en CO2-producten in een andere beslisroute.

Bestaande CO-productroute, met veiligheidsvoorbehoud

Onderstaande productlinks blijven behouden. Controleer vóór gebruik als primaire woningmelder altijd de actuele productdocumentatie, normconformiteit, levensduur en plaatsingsinstructie. Een producttitel of zichtbaar ppm-display is op zichzelf geen veiligheidsbewijs.

Veelgestelde vragen over CO in huis

1. Wat is CO?

CO is koolmonoxide: een kleurloos en reukloos gas dat bij onvolledige verbranding kan ontstaan. Het is niet hetzelfde als CO2.

2. Wat is een normale CO-waarde in huis?

In een rookvrije woning zonder CO-bron ligt de waarde ongeveer op buitenluchtniveau, volgens RIVM doorgaans onder 1 ppm en gemiddeld rond 0,4 ppm. Een onverwachte situatie beoordeel je niet alleen op één displaygetal.

3. Welke symptomen kunnen bij koolmonoxide passen?

Onder meer hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, vermoeidheid, verwardheid en bewustzijnsverlies worden genoemd. Deze klachten zijn niet specifiek. Bij een alarm of vermoeden ga je naar buiten en bel je 112.

4. Hoe voorkom je koolmonoxide in huis?

Laat installaties en rookgasafvoer door een CO-vrij gecertificeerd bedrijf onderhouden, gebruik ventilatie zoals bedoeld en plaats geschikte CO-melders volgens handleiding en Brandweeradvies.

5. Waar hang je een CO-melder?

In een bronruimte aan het plafond volgens de voorgeschreven afstanden; in een ruimte zonder bron op ademhoogte. De precieze plek volgt uit het actuele Brandweeradvies en de handleiding.

6. Hoe controleer je een CO-melder?

Gebruik de testknop volgens de handleiding, controleer storings- en einde-levensduursignalen en vervang op tijd. Test nooit met uitlaatgas of een open verbrandingsbron.

7. Kan een CO-melder vals alarm geven?

Een alarm kan meerdere oorzaken hebben, waaronder een echte bron, storing of beïnvloeding door andere stoffen. Behandel een alarm als echt: waarschuw, ga naar buiten en bel 112. Onderzoek het apparaat pas volgens aanwijzing en in een veilige situatie.

8. Wat moet ik doen als het alarm afgaat?

Waarschuw huisgenoten, ga zo snel mogelijk naar buiten en bel 112. Ga niet eerst verder meten of het toestel uit elkaar halen.

9. Is een combimelder altijd beter?

Nee. Een combimelder is alleen logisch als één plek voldoet aan de plaatsingsvoorwaarden voor rook én CO. Anders zijn losse melders beter te positioneren.

10. Welke certificering moet ik controleren?

Voor een consumenten-CO-alarm is NEN-EN 50291 de relevante productnorm. Voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties controleer je een CO-vrij gecertificeerd bedrijf.

Primaire bronnen en controledatum

Veiligheidsinformatie en waarden zijn gecontroleerd op 10 juli 2026. Bij verschil gaat het actuele advies van hulpdiensten, RIVM, Rijksoverheid en de handleiding van het apparaat voor.

  1. RIVM — advies- en grenswaarden voor koolmonoxide.
  2. RIVM — aanpak, meten en rol van de GGD.
  3. Brandweer — koolmonoxide en alarmactie.
  4. Brandweer — plaatsing van een koolmonoxidemelder.
  5. Rijksoverheid — koolmonoxidevergiftiging voorkomen.
  6. Volkshuisvesting Nederland — het CO-stelsel.

Voor meerdere locaties of een zakelijke meetvraag: bekijk B2B CO2 meters uitsluitend voor het juiste meetdoel of mail naar [email protected]. Bij een actueel alarm of vermoeden gebruik je geen verkooproute maar 112.

WhatsApp

Stel je vraag